Homepage

Search Our Site

Universitair Symfonisch Orkest van de KU Leuven
Register

Ralph Vaughan Williams: Tuba Concert in F Minor

Naar goede traditie grijpt het USO voor het tweede stuk van haar reisconcertenprogramma naar een concerto, een werk voor symfonieorkest en solist. Maar ditmaal koos het USO voor zowel een minder conventioneel solo-instrument als een minder conventionele componist: het tubaconcerto van Ralph Vaughan Williams.

De vroeg 20ste eeuwse componist is zonder twijfel een van de meest bekende en gevierde Britse componisten en voor klassieke muziek connaisseurs blijft hij een absolute favoriet, zo haalde Vaughan Williams' bekendste werk, The Lark Ascending, vorig jaar de 57ste plaats in de Klara top 100. Maar op het Europese vasteland is hij voor het grote publiek vaak -en onterecht- nog steeds een blinde vlek.

Vaughan Williams' werk is meestal uitgesproken modernistisch, met sterke invloeden uit de Engelse renaissance en de Engelse volksmuziek, wat bijdraagt aan zijn typisch ecclectische stijl. Deze stijl is ook mede ontwikkeld door zijn studies bij de bekende Franse componist Maurice Ravel. De Eerste Wereldoorlog een blijvende indruk nagelaten op de componist, die als vrijwilliger actief was in het Britse leger. Tijdens de oorlogsjaren stopte hij volledig met het schrijven van muziek, en het duurde zelfs tot 1922 voordat zijn eerste grote nieuwe werk in première werd gebracht, een werk dat hem meteen zou vereeuwigen als een van de grootste Britse symfonisten: zijn Pastorale derde symfonie.

Zeker na de dood van enkele grote Britse componisten zoals Frederick Delius, Edward Elgar en Gustav Holst werd Vaughan Williams bekroond tot de toonaangevende componist van Groot-Brittanïe. Gedurende deze periode, mede beïnvloed door zijn oorlogservaringen, werden zijn composities steeds donkerker en grauwer. Vaughan Williams bleef actief als componist tot zijn allerlaatste dagen en stierf 1958 op 85-jarige leeftijd, enkele maanden na het finaliseren van zijn negende en -hoe kan het ook anders- laatste symfonie.

Het tubaconcerto werd door Vaughan Williams geschreven in 1954 voor de tubaïst Phillip Catelinet, de toenmalige eerste tubaïst voor het London Symphony Orchestra. Het werk ging in première op 13 juni 1954 met Catelinet als solist, zijn vaste orkest als begeleiding, en werd met gemengde reacties onthaald. Waar de humoristische, licht ironische en dansende toon van het werk door sommige critici laaiend werden onthaald, vonden anderen het eerder "lomp en onverfijnd," maar over de jaren heen kreeg het werk de appreciatie dat het verdient. In hetzelfde jaar van de eerste uitvoering werd ook meteen de allereerste opname van het werk gemaakt, met dezelfde uitvoerders. Sindsdien maakt het werk een vast deel uit van het tuba repertoire.

Het werk bestaat uit drie delen. Het openingsdeel, de prelude, vormt een ontstuimige mars, waarin de dansinvloeden uit de Engelse renaissance en de Engelse volksmuziek duidelijk hoorbaar zijn. Het tweede deel, de romanza, is een lyrisch deel dat de vaak ongekende zangerige kwaliteiten van de hoogste tuba registers in de schijnwerper stelt. Naar goede romantische gewoonte is het thema gebaseerd op een traditionele volksmelodie. Het derde en laatste deel, het rondo alla tedesca, is, zoals de titel doet vermoeden, geschreven in de rondo vorm. Wat betekent dat de hier sterk energetische hoofdmelodie, opgebouwd uit dreigende tremolo's en explosieve arpeggio's, afgewisseld wordt met alternerende tegenthema's. Het concerto eindigt in een virtuose candenza, abrupt onderbroken door een laatste zenuwachtige en wilde uithaal van het orkest.
Hits: 187

Guglielmo Tell

De Italiaanse componist Gioachino Rossini schreef in een periode van vijfentwintig jaar maar liefst veertig opera’s. Deze prestatie bracht hem rijkdom en roem, maar het kostte hem ook zijn gezondheid. Rossini was een echte bon-vivant en fijnproever – niet verwonderlijk dat er dus gerechten naar hem vernoemd zijn zoals de tournedos-Rossini: een biefstuk met ganzenlever en truffels. Na het schrijven van Wilhem Tell, zijn laatste opera, trok hij zich terug om zich in de Franse hoofdstad te vestigen, waar hij in zijn levensavond omringd werd door vrienden en bewonderaars.

Rossini’s ouverture van Wilhelm Tell is net zo afwisselend als de opera zelf. De woelige plot van de opera centreert zich rond de onafhankelijkheidsstrijd tussen de Zwitsers en de Oostenrijkers en het liefdesverhaal tussen – geheel Shakespeariaans – tussen een Zwitserse jonkheer en Oostenrijkse schone. De basis voor Rossini’s opera was het gelijknamige drama van Friedrich Schiller. De held, een Zwitserse patriot, was in de veertiende eeuw aanvoerder in de strijd tegen Oostenrijk. Zowel in het toneelstuk als in de opera vinden we de beroemde episode waarin de sadistische landvoogd Geβler Wilhelm Tell dwingt om met de kruisboog door een appel op het hoofd van zijn zoontje te schieten. Het lukt, tot vreugde en opluchting van Tells landgenoten. Later wordt Geβler door Tell gedood.

De tedere inleiding doet denken aan de ochtendschemering in de Oostenrijkse Alpen (waar het USO net vandaan komt), maar wordt verstoord door een zware onweersbui. Na het duet van de Engelse hoorn en de fluit volgt het trompetgeschal dat de komst van Tell en zijn handlangers aankondigt. In een adembenemende galop komt de ouverture tot een opzwepend einde.
Hits: 247

Our Sponsors

Our Sponsors
logo